Economische crisis in structuren

Economische crisis en oude denkbeelden

Vanochtend tijdens het hardlopen luisterde ik naar het programma ‘Onvoltooid Verleden Tijd’ op Radio 1. In dit radioprogramma was Irene van Staveren te gast, hoogleraar ‘ontwikkelingseconomie’ aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Zij legde op haast kinderlijk eenvoudige wijze uit waarom hedendaagse economen de huidige economische crisis niet zagen aankomen ondanks hun geavanceerde economische modellen: de denkbeelden van ‘oude’ economen zijn uit de schoolboeken verdwenen maar juist in die denkbeelden ligt de verklaring van de crisis verscholen. Hierover kun je meer lezen in haar boek ‘Wat kunnen wij leren van economen die bijna niemand meer leest?‘ Wat ik boeiend aan het gesprek vond, is dat Van Staveren de complexe economische materie gestructureerd en helder op mij (de hardlopende luisteraar) wist over te brengen. Ik waag in deze blog een poging om haar meest steekhoudende voorbeeld gestructureerd en in slechts 2 plaatjes samen te vatten.

Het kapitalisme als verklaring

Karl Marx (1818-1883) is een omstreden figuur maar het was tevens de eerste econoom die stelde dat het kapitalisme van zichzelf een instabiel economisch systeem is. Dat komt door twee mechanismen die een destabiliserende rol spelen op de kapitalistische markt: 1. asymmetrie tussen de productiefactoren kapitaal en arbeid en 2. de accumulatie (‘opeenhoping’) van geld.

Asymmetrie tussen kapitaal en arbeid

Van Staveren legt uit: ‘Kapitaal huurt altijd arbeid in. Nooit andersom.’ Kortom, ondernemers met geld gaan op zoek naar mensen die arbeid voor hen willen verrichten en niet omgekeerd. Naarmate de economie globaliseert, hebben ondernemers wereldwijd meer mogelijkheden om goedkopere arbeid naar zich toe te trekken. Dit leidt in Nederland bijvoorbeeld tot minder laaggeschoolde arbeid en vakbonden maar meer zelfstandigen. De kapitalistische markt ontwikkelt zich zo asymmetrisch.

kapitaal_en_arbeid

Accumulatie van kapitaal

In een niet-kapitalistische economie streeft men naar een evenwichtige verdeling van consumptiegoederen. Geld is daarbij een middel dat helpt om goederen van de ene persoon naar de andere te krijgen. In een kapitalistische economie werkt het precies andersom. Ondernemers investeren geld om consumptiegoederen te kunnen produceren. Deze verkopen zij vervolgens om meer geld te verdienen en zo hun onderneming economisch te laten groeien (bv. door te investeren in nieuwe productiemiddelen). Het verdienen van geld is derhalve een doel geworden en de consumptiegoederen vormen nog slechts een middel. Dit leidt tot de accumulatie van geld bij een beperkte groep (bedrijven) en ook dat werkt asymmetrie in de hand op de kapitalistische markt.

geld_als_middel_of_doel

Conclusie

Kortom, de economen van tegenwoordig zijn de lessen van Karl Marx blijkbaar geheel vergeten. Immers wie zijn lessen over scheefgroei (op basis van asymmetrie en accumulatie) kent, zal niet verbaasd zijn over het ontstaan van een economische crisis in het kapitalistische Europa. Ik raad je aan het radioprogramma te beluisteren en ook te horen hoe Van Staveren denkt dat we dit soort crises kunnen voorkomen.